Zoeken

De Dogon

Bijgewerkt op: 16 apr. 2021






In het West-Afrikaanse land Mali leven de Dogon (8,7% bevolking). Bij het schrijven van dit verhaal laat ik me inspireren door de verhalen van de Dogon Issa Guindo. Zijn verhalen werden opgetekend door Nederlanders en uitgegeven onder boekvorm in 2005. Zelf bezocht ik de Dogon niet, maar de verhalen van de Malinese collega’s over de Dogon, fascineerden me enorm.


Vroeger beschikte het Dogon dorp over één boubou, een gewaad dat je aantrekt als je op reis gaat. Er kon dus telkens maar één persoon tegelijk reizen. Als je kleren nodig had, was je aangewezen op de markt van Mopti, 120 km verder. De voeding was beperkt, er werd alleen gierst verbouwd. In 1929 arriveerden de Fransen, en in hun voetspoor andere volken. Geld deed zijn intrede, er kwam steeds meer luxe en oude tradities verdwenen geleidelijk. Tot de koloniale tijd waren de Dogon geheel onafhankelijk. De hogan, de hoogste gezagsdrager op elk gebied en de raad van de ouderen bestuurden het dorp.

De Dogon kunnen zich goed inleven in de flora en fauna. De Dogon leefden lange tijd in de wildernis, en op een gegeven moment kregen ze vreselijke dorst. De jongeren werden op pad gestuurd om water te zoeken. Toen verscheen er een krokodil die met zijn staart tegen een baobab boom sloeg tot die openbarstte. De Dogon waren gered van de dorst en sindsdien is de krokodil een heilig dier. Als een krokodil overlijdt, wordt hij begraven met dezelfde ceremonies als een mens. Nog andere heilige dieren: de panter, de vos, de slang, de schildpad en de antilope.


Als je een stuk hout in de rivier gooit, wordt dat niet vanzelf een krokodil’

Het merendeel van de Dogon is landbouwer. Naast gierst verbouwen ze bonen, aardappelen en pinda’s. Daarnaast vinden we smeden, leerbewerkers en wevers. Griots zijn mensen die muziekinstrumenten van leer maken. De griot vervult de rol van omroeper en verkondigt in het dorp de boodschappen. De griots zijn ook degenen die de mondelinge overlevering bewaren en fungeren ook als arbiter tijdens geschillen.

De dorpen zijn gebouwd tegen steile rotswanden. Deze huizen hebben een plat dak, waarop gierst wordt gedroogd. Naast de huizen bestaat het erf uit voorraadschuren en dierenverblijven.




De religie van de Dogon is een vorm van animisme. Animisten geloven dat een ziel of geest niet alleen in mensen en dieren huist, maar ook in planten en natuurlijke fenomenen. De Dogon geloven dat natuurlijke voorwerpen bovennatuurlijke krachten hebben. Contact met de goden kan worden gelegd met behulp van een fetisj. Fetisj zijn heilige voorwerpen waarin de kracht van een ama, een kleinere godheid, huist en waaraan offers gewijd kunnen worden.

Bij de Dogon wordt een fetisj gemaakt van hout, steen, ijzer of brons, vaak bedekt met klei. De fetisj van de Nomo wordt weergegeven als een standbeeldje met een lang gezicht, een lange rechte neus en mooie ogen en oren.

De Dogon kennen 3 goden: Ama, de hemelgod, Lèwè de aardegod en Nomo, de watergod. Er zijn veel zaken in het dagelijks leven waarvoor de Dogon geen gunst van Ama vragen, maar wel willen weten of Ama instemt. Hiervoor gebruiken ze orakels, de antwoorden zijn altijd simpel ja of nee. Het werpen met kaurischelpen is hierbij een populair hulpmiddel.





Het offeren van geiten, schapen, kippen ter bescherming van het huis, de wijk, de clan en riten rond de dood vormen de kern van de Dogon religie. De overledenen worden begraven in één van de grotten in de bergwand. De eigenlijke begrafenis vindt eens per jaar of om de paar jaar plaats, soms geruime tijd na het overlijden.

De Dogon zijn vanwege hun authentieke kunst en cultuur één van de bekendste volken van Afrika. Hun maskers zijn beroemd en zeer populair bij kunstverzamelaars, musea en toeristen. Tijdens verschillende ceremoniën, rituelen en begrafenissen worden maskers gedragen, die ook als geschenk worden uitgewisseld. Tijdens de rituelen staan gemaskerde dansen centraal. De maskers hiervoor worden in de maand voor het ritueel gemaakt door de jonge mannen van het dorp. Er worden verschillende types maskers bij gedragen. In totaal zijn zo’n 70 tot 100 verschillende soorten bekend.


Dogon masker

De antilope

Er was eens een Dogon die veel aanzien genoot in zijn dorp Kan Bonzon en die men als eerste hogon wilde installeren. Maar voordat de installatie kon plaatsvinden, had hij de hoorn van een antilope nodig, zo had Ama hem verteld. Hij trok erop uit, maar werd al snel opgemerkt door een krijger uit het dorp. Bang als de krijger was voor de magische kracht van deze man, besloot hij hem te achtervolgen en te doden. De man vond de antilope en toen die sliep, sneed hij één van de hoorns af. De antilope werd wakker, maar in plaats van boos te worden gaf hij de man een zaadje, een kiezelsteen een beetje water. Hiermee zou hij zijn achtervolger kunnen afschudden.

Toen de krijger te dichtbij dreigde te komen, gooide de man het zaadje op de grond en daaruit groeide in één keer een heel bos tussen hem en de achtervolger. De krijger gaf echter niet op en baande zich een weg door het bos. Toen hij de man weer dicht op de hielen zat, gooide de man de kiezel op de grond en opeens stonden ze aan verschillende kanten van een rotswand. Maar ook nu gaf de achtervolger niet op, en toen hij weer vlakbij was, gooide de man het water op de grond. hieruit ontstond een enorm meer tussen hen.

Nu was de krijger verslagen. Hij kon niet snel genoeg de overkant van het meer bereiken en dus slaagde de man erin veilig thuis te komen met de hoorn van de antilope. Door deze daden had hij de man zijn kracht bewezen en werd tot eerste hogon gekozen, ook voor de achtervolger. Die mocht hem weliswaar niet, maar moest de bewijzen van diens kracht wel erkennen. Sindsdien vereren de Dogon in de omgeving van Kan Bonzon de antilope als heilig dier.


Uit het boek: Het dagelijks leven van de Dogon door Issa Guindo p. 82





47 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

De Kalash

Kalpak